Handboek Dierenwelzijn Proloog

De superscripts verwijzen naar de website www.stemvoordieren.nl ‘bronnen’

Proloog

Soms moet je als schrijver even buiten je comfortzone treden om je licht te laten schijnen over iets wat dringend aandacht nodig heeft. Als je daarmee een maatschappelijk belang in diskrediet brengt, kun je verwachten dat de emoties hoog oplopen.
Uit verschillende en vooral uit onverwachte hoeken duiken journalisten op om jou in een kwaad daglicht te stellen. Onder verwijzing naar eerdere, hun ook al onwelgevallige bespiegelingen van jouw hand of een artikel in een krant zetten ze je weg als buitenissige, oproer kraaiende auteur.

 

Mishandeling landbouwdieren

Toch belet dit mij niet om een boekje open te doen over een ernstige vorm van dierenmishandeling in ons land. En over de schaamteloze manier waarop de Nederlandse overheid en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) deze mishandelingen stilzwijgend gedogen. Dagelijks en stelselmatig worden landbouwdieren behandeld als objecten, producten en handelswaar voor meer groei van de economie. Dag in dag uit leven er in Nederland 550 miljoen landbouwdieren in dichte schuren, vaak zonder daglicht, boven op elkaar gepropt. Iedere dag worden dieren vanuit ons land met duizenden tegelijk op transport gezet in overvolle vrachtwagens en moeten ze ritten zien te overleven van twintig tot soms vijftig uur, vaak zonder voedsel en water en onder extreme weersomstandigheden. En per dag slachten wij anderhalf miljoen dieren aan de lopende band, vaak op ruwe wijze – en volgens een onderzoek van Dier&Recht en Varkens in Nood wordt 5 tot 7 % onvoldoende bedwelmd.46

 

Het leed van de meer dan 550 miljoen dieren in de veesector, jaar in jaar uit nieuwe slachtoffers, is beschamend groot, en de grenzen van dagelijks letsel toebrengen  aan dieren zijn ver overschreden [de grenzen van de dagelijkse dierenkwelling lijken nu toch wel bereikt]. De staat faalt ernstig omdat blijkt dat de in 1979 geformaliseerde en in Europees verband vastgelegde dierenwelzijnsregels, de Five Freedoms, niet gehandhaafd worden.

Artikel 2.1 van de Nederlandse Wet dieren12 is misleidend geformuleerd: Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
Deze regel is zeker toepasbaar op huisdieren. Er is geen enkele reden om ze pijn te doen of bloot te stellen aan letsel, omdat ze vooral dienen als gezelschap voor de mens. Vaak hebben ze de status van gezinslid. Straf op het mishandelen van een huisdier is dan ook in de Wet dieren vastgelegd. De kern van de misleiding ligt in de woorden: redelijk doel. Onder ‘redelijk doel’ vallen alle menselijke, economische activiteiten. Dieren die hierbij een rol spelen, als producent of als product, dieren die veel geld opbrengen als ‘vlees’ en die een belangrijk deel van de economie draaiende houden door de exportmarkt te voeden – die dieren worden door de woorden ‘redelijk doel’ uitgezonderd van het verbod. Landbouwdieren zijn gereduceerd tot handelswaar. Het welzijn en de goede verzorging van deze dieren zijn totaal ondergeschikt geraakt aan het najagen van winst.

 

Keuringen in de veesector door de NVWA staan, zoals ze zelf zegt, hoog op de agenda, maar de werkelijkheid is dat de controle op de gezondheid van de dieren en het constateren van (ernstige) verwondingen, angst en stress, geen prioriteit hebben. De keuringen zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de voedselveiligheid.

 

Ontstaan intensieve veehouderij

Wat is de oorzaak van dit probleem? Hoe komt het dat de overheid niet in staat blijkt te zijn goede controle uit te oefenen op het welzijn van landbouwdieren in de vee-industrie? Voor een antwoord op die vraag moeten we even terug in de tijd. De bio-industrie ontstond na de Tweede Wereldoorlog, waarin 20.000 Nederlanders het leven lieten door honger. Ter voorkoming van herhaling heeft men een systeem bedacht: meer dieren bij elkaar zetten en flink doorfokken zou veel vlees opleveren. Het moest groter en efficiënter: hoe meer dieren in een schuur, hoe meer en dus goedkoper vlees er geproduceerd kon worden. Geld en goede handelsbetrekkingen met vlees afnemende landen bleken en bleven, ondanks pogingen om het dierenwelzijn te waarborgen, de belangrijkste doelen. Schuren werden groter en voller. Vee, pluimvee en konijnen kregen een andere naam: productiedieren. Ze veranderden in producten waarmee je veel geld kon verdienen. Goede controle kwam in het geding door deze massaliteit. Onderzoek door diverse organisaties heeft uitgewezen dat 550 miljoen dieren in schuren controleren op gezondheid, inspecteren van duizenden dieren in vrachtwagens kris kras door Europa, of controlebeleid voeren in slachthuizen waar meer dan duizend dieren per minuut geslacht worden onuitvoerbaar is.

Toezicht en controle, maar hoe dan?
Toezicht houden op zoveel dieren in een ruimte is onmogelijk. Denk je eens in: hoe controleer je de gezondheid van een kip als ze met 50.000 soortgenoten boven op elkaar gepropt in een schuur zit?

En hoe inspecteer je het welzijn van een varken in een stal, waar er 7500 tegen elkaar gedrukt staan?

Hoe hou je zicht op de overvolle vrachtwagens met vee op de diertransporten, waarin sommige dieren worden vertrapt, niet bij de waterreservoirs kunnen en in de zomer toevallen krijgen door hittestress?

Hoe controleer je het welzijn van vleeskuikens, die met vier tegelijk in kratten gegooid worden waarvan men het deksel dichtklapt zonder zich eraan te storen dat er vleugels, poten en kopjes tussen zitten?

Hoe kun je controle uitoefenen op het afbranden van 30 miljoen biggenstaarten en op de abcessen die daardoor ontstaan?

Hoe controleer je 363.000 konijnen met ontstekingen aan hun poten door de draadgazen kooien waarin ze met zestien op één vierkante meter leven,?
En de moederkonijnen, de voedsters, die het maximale aantal nestjes moeten krijgen, zeven per jaar, waardoor er buik- en melkklierontstekingen ontstaan en waarna ze op zijn en naar de slacht gaan?

Hoe houdt men bij dat een nooit gerapporteerd percentage van de 40 miljoen kuikentjes, die door de hakselaar gegooid worden, er half levend uitkomt?

Niet! Dat valt niet te controleren. Dat er structureel een goede controle zou zijn op het welzijn van de landbouwdieren in de veehouderij is een verzinsel, een illusie, is misleiding van de onwetende consument.

 

De oorzaak

De oorzaak van deze praktijken in de veesector, in de afgelopen decennia, is dus de omvang. Dat is waarom het systeem faalt. Inspectiediensten zien misstanden door de vingers omdat er geen beginnen aan is.

Het lijkt erop dat de controle over de controle volledig weg is. Het laatste rapport van de NVWA over de keuring in slachthuizen spreekt boekdelen: het woord dierenwelzijn wordt één keer gebruikt, er is geen spoor te vinden in het artikel over inspecties op dierenwelzijn. Het gaat over de controle op hygiëne.101

De omvang, de krankzinnige overproductie van vlees, mede door de concurrentie op de exportmarkt, maakt dat de veesector volledig uit de hand gelopen is voor wat betreft zorg voor en toezicht op het welzijn van alle dieren. Structurele controle op de gezondheid van honderden miljoenen dieren is onmogelijk. Misschien als je er een peloton aan goed getrainde, daadkrachtige inspecteurs op zou zetten, maar dan snijdt de staat zichzelf financieel in de vingers en moet de productie van vlees nog verder omhoog.

 

De waarheid achter de intensieve veehouderij

Als we zomers langs een weiland fietsen en heel soms een koe zien grazen, worden we daar doorgaans een beetje gelukkig van. De aanblik van die koe, een imposant dier dat trillingen over haar rug heeft lopen van het wegjagen van lastige vliegen – met haar staart. De blik in de grote ogen die de blauwe lucht weerspiegelen, terwijl ze in alle rust langzaam haar gras herkauwt.
Op zo’n moment leven er in Nederland 550 miljoen dieren in dichte stallen. Dieren die nooit het daglicht zien, die ernstig gewond zijn aan poten, hoeven en andere ledematen door gebrek aan verzorging en vergroeiingen door te krappe ruimtes. Benauwd zijn doordat ze in hun eigen uitwerpselen staan en de ammoniaklucht continue om hen heen is. Dieren met abcessen, maag- en ademhalingsproblemen. Dieren die door overgewicht door hun poten zakken en waarvan het hart niet meer goed werkt – voor onze extra grote kipfilet. Er is geen vrede, geen geluk, geen vrijheid, geen warmte, geen genegenheid, geen rust, geen goede gezondheid of vers gras in de overvolle stallen. Dieren in de intensieve veehouderij leven niet op stro, maar op metalen of plastic roosters. Roosters zonder enige natuurlijke bescherming. Het zijn dieren die nooit buiten komen, die zich eindeloos vervelen. Die wij, om te voorkomen dat ze elkaar verwonden, ontdoen van tanden, tenen, staarten, hoorntjes, snavels en geslachtsdelen. Miljoenen kuikentjes die we in z’n geheel weggooien of door de hakselaar halen, omdat ze niet bruikbaar zijn en wij gehersenspoeld zijn door de slogan: ‘elke dag een ei hoort erbij’.

 

Koeien die zo vaak mogelijk kalveren moeten krijgen voor melkproductie, van wie het kalf meteen na de geboorte bij haar weggehaald wordt. Een scheiding die de moeder radeloos maakt. Die moeders zien en horen wij niet. Ze huilen dagenlang in eenzaamheid omdat ze niet weten wat er aan de hand is, waarom het kind dat ze negen maanden gedragen heeft verdwenen is zonder dat ze afscheid heeft kunnen nemen. Daarna wordt ze meteen kunstmatig geïnsemineerd om de melkproductie op gang te houden. Ze leeft alleen voor de productie van kalfjes en melk. Vroeger werd ze twintig jaar oud en bleef haar kalf negen maanden bij haar. Nu leeft ze vijf en een half jaar want dan is ze op, letterlijk uitgemolken, en kan ze naar de slacht.

 

De kalfjes worden na de geboorte geïsoleerd, ze zijn hulpeloos omdat hun zuigbehoefte niet bevredigd wordt. Baby’s zijn het, waarvan de vrouwelijke hetzelfde lot wacht als hun moeders. De rest, zo’n 800.000 per jaar, gaat met tien dagen oud op transport naar het buitenland. Ritten van soms 40 uur zonder drinken, omdat ze te klein zijn om aan het waterreservoir te kunnen zuigen. We kennen ze niet, we weten niet echt van hun bestaan. We zien de dieren uit deze fabrieken pas als ze op ons bord liggen – maar ook dan zien we ze niet bewust.

 

Alle dieren in de intensieve veehouderij leven een identiteitloos, schrijnend, kort bestaan. De intensieve veehouderij is een verborgen wereld vol wreedheden, pijn, verdriet, eenzaamheid en frustratie. We krimpen in elkaar of worden boos bij het zien van beelden uit slachthuizen, zoals in maart 2017 in het Belgische Tielt, waar varkens ernstig mishandeld werden, geschopt tot ze op de grond vielen, geslagen met metalen voorwerpen en in heet water gegooid. Varkens van wie het oormerk uitgesneden werd bij volle bewustzijn. En in ons eigen land: de Stichting Varkens in Nood zette in april 2017 een filmpje op Internet over een bedwelmingsmethode in de Nederlandse varkensslachterij Vion. Varkens die bedwelmd werden met CO2, een middel dat zo scherp en verstikkend is dat de dieren minutenlang gillen van ondraaglijke angsten, pijn en paniek. We worden er boos om, zetten alle social media op hun kop. Uiten onze afschuw en terechte verontwaardiging. We ballen gezamenlijk de vuisten als er weer een stal in brand vliegt, en er zoals eind juli meer dan 20.000 varkens levend verbranden omdat er bezuinigd wordt op het beveiligen van schuren.

Hoe komt het dan, dat we daarna gewoon weer dat pakje vlees uit de schappen halen, vlees waarvan we weten dat het dier een vreselijk bestaan heeft gehad en een stressvolle, pijnlijke gang naar de dood? Waarom blijven we onze bijdrage leveren aan het voortbestaan van deze vorm van dierenmishandeling? De verklaring zou kunnen zijn dat de mens moeite heeft met verandering, moeite heeft om een totaal nieuwe stap te zetten, een stap die zijn leven dan in veel andere opzichten ook zal veranderen door een stuk bewustwording. Wij mensen zijn gewoontedieren en willen niet uit de toon vallen, niet anders zijn dan anderen. Erbij horen. Toch zouden we ons allemaal beter voelen als we die stap wel zetten. En we zouden andere mensen kunnen helpen, het goede voorbeeld te volgen zodat we met elkaar een nieuwe norm creëren: dieren het recht geven op een goede verzorging en een respectvolle behandeling. Veel mensen leven al volgens die norm. Het aantal vegetariërs en veganisten is de afgelopen tien jaar enorm gestegen.

 

 Jij hebt een keuze, dieren niet

Jij kunt als consument daadwerkelijk verschil maken. Al lijkt het wanneer je besluit minder of geen vlees te eten misschien een druppel op een gloeiende plaat, omdat ‘iedereen vlees eet.’ Dat is het namelijk niet. Het gaat langzaam maar er zit progressie in de bewustwording dat de productie van vlees op deze manier niet alleen ernstig dierenleed veroorzaakt, maar ook grote gevolgen blijkt te hebben voor het milieu en de volksgezondheid. Als je beseft dat je een keuze hebt om te helpen deze economische uitwas terug te dringen, is het misschien gemakkelijker goede stappen te nemen. Word je bewust van het feit dat het niet normaal is hoe onze landbouwdieren behandeld worden. Dat het pure mishandeling is waaraan de dieren elke dag blootstaan. We zijn als consument gehersenspoeld, voor de gek gehouden, misleid. De overheid laat je geloven dat het normaal is, immers, zij zijn de baas en zullen het toch wel weten? Maar zij verstoppen de waarheid achter mooie praatjes om voor ons te verbergen wat hun enige drijfveer is: economische groei! Wanneer je dat inzicht toelaat, er niet voor wegloopt, zal je ook beseffen dat je iets kunt doen. Jij hebt een keuze, dieren niet.

 

Dit is de waarheid achter de vee-industrie in de 21e eeuw. Dit is de waarheid, die wij onder ogen moeten gaan zien. Het leed van deze dieren is onze spiegel. Elke keer dat jij geld uitgeeft aan dierlijke producten, breng je een stem uit over de toekomst van de vergeten dieren in de dichte stallen. De vleesindustrie zal alleen kunnen veranderen als wij samen de basis daarvoor leggen: als wij stoppen met vlees eten.

 

Laten we de beelden uit de slachterijen in Tielt en van Vion nooit vergeten. Laten we de tv en internet beelden van de tienduizenden gillende varkens in brandende schuren niet verstoppen maar verspreiden, en daarmee onze medemens bewust maken van het feit dat wij dit kunnen stoppen. Over de hele wereld, ook in Nederland, worden landbouwdieren ernstig mishandeld, jij kunt beginnen met het verschil te maken.
Nancy de Heer

 

Wat betekent die zin toch?