Verzet tegen de intensieve veehouderij

Verzet tegen de intensieve veehouderij   

Wij Nederlanders worden gezien als zorgzaam voor onze huisdieren. Ook wat betreft de regels rondom huisdierenmishandeling scoren we met de maximum celstraf van drie jaar bij ernstige mishandeling, beter dan veel van onze medelidstaten van de EU. Maar daar ligt dan ook de grens

Als het gaat om  landbouwdieren, dan kan vastgesteld worden na 3.5 jaar onderzoek door een Stem voor Dierenteam, dat wij schandelijk tekort schieten. Deze pagina gaat over de landbouwdieren of zoals ze in de loop der jaren genoemd zijn gaan worden: productiedieren. Meer zijn ze ook niet: gedegradeerd tot vlees, zuivel en ei-fabrieken. Elke vorm van waardigheid van deze dieren is ernstig geschaad door het blindstaren op constante economische groei. Op deze pagina kun je alle details lezen over de behandeling van deze dieren. Met dank aan Wakker dier en CIWF, zij hebben documentatie, cijfers en feiten geleverd die behalve waarheidsgetrouw, soms weerzinwekkend zijn.

In het derde deel van het boek Handboek Dierenwelzijn-Feiten boven Tafel, wordt zonder enige censuur uiteen gedaan waar de overheid en haar inspectie-diensten zoals de NVWA stelselmatig faalt. Dit falen gebeurt in volle bewustzijn omdat de wet dieren, die vroeger de Gezondheids en Welzijnswet voor Dieren genoemd werd, dusdanig manipulatief in elkaar zit dat landbouwdieren nauwelijks tot geen bescherming krijgen tegen pijn, stress, honger, dorst en het kunnen uiten van natuurlijk gedrag.

Wij hopen onze lezers bewust te maken van hun mogelijkheid mee te helpen om deze horrorpraktijken, die zich dag en nacht afspelen in dichte schuren, overvolle vrachtwagens en achter dikke muren van slachthuizen, een halt toe te roepen.  Jaarlijks leiden 550 miljoen landbouwdieren, waarvan een groot deel vlees en legkippen, een kort en desolaat bestaan. Dit moet stoppen en daarvoor vragen we jullie aandacht en om de volgende link op je Facebook en twitterpagina te delen.  Het is de proloog van het derde deel van het Handboek Dierenwelzijn-Feiten boven Tafel, waarin zonder omwegen staat hoe de zittende regeringen decennialang hebben toegestaan dat onze landbouwdieren misbruikt en mishandeld worden.

Zeg vanaf vandaag nee tegen het vlees uit de megastallen, hiermee help je deze economische uitwas  aan te pakken.Wij van Stem voor Dieren zijn geen activisten maar willen rechtvaardigheid voor de landbouwdieren. Deel deze link zoveel mogelijk: Proloog

Begin 2018 heeft prof. Liesbeth Zegveld, samen met enkele studenten van de VU, onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot het aanklagen van de Nederlandse staat. Dit, in verband met het structureel niet handhaven van de Europese wet uit 1991 op het couperen van biggenstaarten. Alleen al in Nederland worden er 30 miljoen staarten onverdoofd afgebrand bij pasgeboren biggen. Hieronder vind je het rapport van het onderzoek, en een eerder verschenen rapport over het onderwerp door Dier&Recht.

Hieronder vind je informatie over alle dieren die in de intensieve veehouderij leven, beginnend met een opsomming van feiten uit deze industie:

Nancy de Heer

Feiten algemeen

Algemeen

  • Opsluiting: door de opsluiting wordt iedere mogelijkheid tot beweging en sociaal contact met andere dieren ontnomen.
  • Gevechten door overbevolking: andere dieren worden zo dicht op elkaar gezet dat er vechtpartijen ontstaan en tanden, staarten, snavels en geslachtsdelen moeten afgeknipt worden. Mannelijke dieren worden nog steeds vaak onverdoofd gecastreerd.
  • Stress en verveling in de dichte stallen. Verontreinigde lucht.
  • In donker leven: veel dieren staan op een vloer van beton, staal of plastic met roosters of spleten. Ze hebben geen stro om in te wroeten en ze komen vrijwel nooit buiten. Om ze rustig te houden, staan ze het grootste deel van de dag in het donker.
  • Dwangvoeren: In Nederland doen we niet aan dwangvoederen maar we importeren op grote schaal foie gras. Ganzen en eenden worden via trechters gedwongen veel te eten zodat de lever explosief groeit, wat goede foie gras geeft. veel dieren sterven halverwege dit proces en er zijn veel slokdarmverwondingen


Feiten melkkoeien112

  • Nederland telt momenteel zo’n 1,6 miljoen melkkoeien. Nederlandse melkkoeien zijn zodanig doorgefokt dat ze dubbel zo veel melk geven als 65 jaar geleden.
  • Melkkoeien worden steeds weer kunstmatig zwanger gemaakt om melk te kunnen blijven produceren.
  • Uierontstekingen zijn het gevolg van de grote hoeveelheid melk die er elke dag geproduceerd moet worden.
  • uitputting van koeien door het steeds zwanger moeten zijn, baren en gemolken worden.
  • Pasgeboren kalfjes worden meestal direct weggehaald bij hun moeder, terwijl ze in de natuur tot 8 maanden bij elkaar blijven. De scheiding geeft voor zowel moeder als kalf veel stress. De melkkoeien loeien nog wekenlang omdat ze hun jong missen.
  • Ook in de biologische vee-industrie worden de jongen meteen bij hun moeder weggehaald.
  • De moederkoe zal, wanneer er een dalende productie is van kalfjes krijgen, dus een daling van de melkproductie, naar de slacht gaan.
  • 800.000 kalveren, veelal stiertjes die als ‘restafval van de melkindustrie’ gezien worden, gaan als ze tien dagen oud zijn op transport, zonder drinken in overvolle vrachtwagens. Ze kunnen nog niet uit de waterreservoires drinken.
  • De andere kalfjes worden acht weken lang eenzaam in eenlingboxen opgesloten, ze worden alleen gezet omdat ze wegens hun zuigdrang de urine van andere kalfjes op zouden drinken als ze samen in een hok zouden zitten.
  • Koekalfjes staat hetzelfde lot te wachten als hun moeder, stiertjes worden na zo’n 6 maanden geslacht.

Zinloos gesleep kalveren: Nederland importeert om de lege stallen op te vullen ook weer
ongeveer 800.000 kalfjes uit Litouwen en Polen. Deze dieren maken lange ritten
zonder eten en drinken, vervolgens worden ze hier vetgemest en geslacht

Feiten pluimvee

  • Speciale fok voor explosieve groei: vleeskippen worden speciaal gefokt om zo snel mogelijk te groeien. Hartfalen, ademhalingsproblemen en pijnlijke poten zijn het gevolg hiervan. Ze zakken letterlijk door de poten door het overgewicht. Door in eigen uitwerpselen leven, ontstaan er brandwonden op de poten: brandhakken.

 

Feiten varkens

  • 30 miljoen varkensstaarten worden ondanks een verbod hierop per jaar nog onverdoofd afgebrand.102
  • Varkens zijn erg stressgevoelig, raken snel in paniek. Ze leven zo dicht op elkaar dat er vaak vechtpartijen ontstaan. Daarbij vervelen ze zich want ze kunnen niets anders doen dan staan of liggen op metalen roosters.

 

Feiten konijnen

  • Dieronwaardige kooien: konijnen leven in draadgazen kooien zonder bodembedekking, dit veroorzaakt verwondingen aan de poten.
  • Voedsters (moederkonijnen) moeten het maximum aan nestjes krijgen totdat ze op zijn. Ze leven om kunstmatig bevrucht te worden en jonkies te krijgen. Ze hebben ontstekingen aan buik en melkklieren door het constant zwanger moeten zijn en zogen.

 

Feiten transporten

  • Veel landbouwdieren worden over schrikbarend grote afstanden vervoerd. Door honger, dorst en hitte tijdens dergelijke transporten raken veel dieren gestrest of uitgedroogd. Soms is de vrachtwagen zo volgeladen dat de dieren dood gedrukt worden. De waterresevoires werken vaak niet of jonge dieren zoals kalveren, weten niet hoe ze werken.
  • Veel transporteurs houden zich niet aan de rusttijden die Europees zijn vastgelegd. ritten van 24 tot 50 uur komen regelmatig voor.

Feiten slacht

  • In Europa is het verplicht dieren voor de slacht te verdoven, voordat de keel van het
    dier wordt doorgesneden. In sommige gevallen, door de overproductie, dus haast,
    worden de dieren onvoldoende verdoofd of komen ze bij kennis voor het slachten.
    onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om 5 tot 7% van de dieren. De apparatuur
    is in sommige slachthuizen ook niet van goede kwaliteit of verouderd. En door het
    massale lopende bandwerk worden er veel fouten gemaakt.
Varkens

Varkens en hun natuur

Varkens zijn intelligente dieren. De mens, de mensaap en de dolfijn/walvis gaan het varken voor in deze ranglijst. Varkens kunnen uitstekend zien, ruiken en horen. Met hun snuit kunnen ze net zo goed voelen als wij met onze handen. Het uiteinde van hun snuit wordt neusschijf genoemd waarmee ze in de grond wroeten en zo hun voedsel bij elkaar scharrelen. Met hun sterke gebit kunnen varkens van alles eten: wortels en paddenstoelen, maar ook kadavers en levende dieren. Behalve goed zien, ruiken en horen, kunnen varkens in hun eigen taal communiceren. Varkens kennen zo’n veertig geluidsuitdrukkingen. Net als de mens en andere dieren, drukken varkens zich ook met hun houding uit. In de vrije natuur leven de zeugen en biggen in hechte groepen. Varkens worden vaak gezien als vieze of onreine dieren. Het tegendeel is waar. Biggen zijn al na een week zindelijk en varkens doen hun behoefte altijd een eind uit de buurt van de lig- en eetplek, op de zogenaamde mestplek. Door in de modder te rollen (of met het lichaam tegen een boom aan te schuren) houden varkens zich op temperatuur. De modderlaag is ook een beschermlaag voor de huid. Als de modder opgedroogd is en van de huid af valt, zijn varkens verlost van hun huidparasieten. Door in de modder te rollen, maakt ze dus schoon.

Varkens hebben altijd al een slechte reputatie gehad. En dat terwijl ze net iets slimmer zijn dan honden. Ze luisteren naar hun naam en kunnen kunstjes leren en computerprogramma’s leren bedienen.

 

Het leven van een varken in de intensieve veehouderij

Er leven ruim twaalf miljoen varkens in Nederland. Toch zie je ze nooit. Ze zitten levenslang opgesloten in grote stallen, dicht op elkaar gepropt, zonder ooit gras of modder te zien.

Afbranden staarten

Enkele dagen na de geboorte wordt bij de biggen de staart afgebrand.
Vijfentwintig jaar geleden werd het onverdoofd afbranden van biggenstaarten op Europees niveau verboden maar veel boeren houden zich niet aan de regel en de NVWA gedoogd vanwege de ‘uitzonderingsregel.’ De overheid staat dit toe via de NVWA; inspecteurs bevestigen bij controles standaard dat er sprake is van een uitzondering.

De wet stelt dat pas tot couperen mag worden overgegaan, wanneer andere maatregelen om staartbijten te voorkomen – zoals het aanpassen van de omgeving of de bezetting – onvoldoende werken. Een voorbeeld van zo’n aanpassing is het verstrekken van dagelijks een handje stro. Bekend is dat dit de kans op staartbijten aanzienlijk vermindert.

Toch is stro in bijna geen enkele reguliere varkensstal te vinden en krijgen de varkens niet meer ruimte dan wettelijk vereist.

Een staart heeft tot in het puntje perifere zenuwen. De ingreep is zeer pijnlijk. In feite snijdt men een stukje ruggenmerg af. Bewijs hiervoor is onder anderen dat de biggen tijdens het afbranden van de staart krijsen, trappen met hun pootjes en proberen te ontsnappen. Het afbranden van staartjes kan leiden tot chronische pijn door zenuw-woekeringen in het overgebleven staartstompje, waardoor biggen mogelijk aan fantoompijnen lijden. Verder geeft couperen een verhoogde kans op infecties. De sociale en praktische functie van de staart valt weg. Deze wordt normaal gebruikt wordt om onderling te communiceren en om vliegen weg te jagen. (schokkende filmpje afbranden staartjes)

Bron: Varkens in nood

Oormerk

De oren van varkens worden doorboord voor het aanbrengen van een oormerk. Dit doet de veehouder zelf met een speciale tang. Hierbij wordt het oor doorboord met een pin. Het oormerken geeft acute pijn en stress. Er bestaat een groot risico op infecties, uitscheuren, verdikkingen in het oor of bloedoren dus op acute en/of chronisch pijn gedurende een groot deel van het leven.

Vijlen van tanden

In sommige gevallen worden de tanden onverdoofd afgevijld. Het slijpen van de tandjes gebeurt wanneer de moederzeug verwondingen heeft aan haar tepels. Vaak zijn tepelverwondingen een indicatie dat de moederzeug onvoldoende melk heeft voor al haar biggen. Ze heeft eenvoudigweg teveel biggen om te kunnen voeden. Het slijpen van de tandjes is een stressvolle en pijnlijke gebeurtenis.

Tot voor kort werden alle mannetjes onverdoofd gecastreerd. Sinds 2009 worden de biggen daarbij wel verdoofd, maar er is geen behandeling voor napijn. 60% van de biggen wordt nu niet meer gecastreerd.

In de natuur blijven biggen na de geboorte tenminste acht weken bij hun moeder. In de vee-industrie worden ze na vier weken weggehaald. De meeste biggen worden daarna in zes maanden tijd vetgemest. Soms gebeurt dit aan de andere kant van Europa en moeten ze eerst op transport.

Huisvesting

Tijdens het vetmesten staan de biggen in kale hokken. Per varken is er tussen de 0,3 en 1 vierkante meter leefruimte, afhankelijk van hun gewicht. Languit liggen lukt niet altijd. De luchtkwaliteit in de stallen is vaak erg slecht. De helft van alle varkens heeft hierdoor last van hun longen.

Een varken is intelligent, sociaal en zindelijk, maar in de vee-industrie is er geen ruimte om zijn natuurlijke gedrag te vertonen. Hij kan bijvoorbeeld niet wroeten, niet spelen en zijn ‘bed’ niet van zijn ‘wc’ scheiden. Het gebrek aan afleiding veroorzaakt frustratie en verveling. Dit kan leiden tot agressie en kannibalisme.

Na zes maanden worden de biggen geslacht. Een big weegt dan gemiddeld 110 kilo. Door verwondingen en ziektes haalt een op de zes varkens de slachtleeftijd niet.

Voor de slacht moeten biggen soms dagenlang op transport, bijvoorbeeld omdat slachten in het buitenland iets goedkoper is.

Moedervarkens (Zeugen)

Een deel van de vrouwelijke biggetjes wordt niet vetgemest, maar als moedervarken gebruikt. De zeug wordt kunstmatig bevrucht en staat rond de inseminatie vast tussen stangen. Eenmaal zwanger wordt ze in groepshuisvesting geplaatst met andere zwangere zeugen. Ze kunnen hier vrij bewegen, maar er is vaak geen stro of goed afleidingsmateriaal aanwezig. Tijdens en na de bevalling staat het varken tussen de stangen van haar individuele kraamhok. Ze kan maar één stap voor- of achteruit zetten. Hier krijgt ze haar biggen, meestal 14 levend geboren biggen per keer. Ongeveer 14 procent van de biggen sterft vroegtijdig. De overgebleven varkentjes worden na vier weken bij de zeug weggehaald, zodat ze opnieuw bevrucht kan worden. In drie jaar tijd wordt ze gemiddeld zesmaal zwanger gemaakt. Na zes keer bevallen is ze uitgeput en wordt ze geslacht.

De welzijnsproblemen die optreden bij zeugen zijn ernstig. Door het doorgedreven fokken ontstaan veel problemen rond vruchtbaarheid en uiergezondheid. Omwille van de zeer beperkte bewegingsvrijheid, lijdt tien procent van de zeugen aan poot- en klauwproblemen. Kreupelheid is bij zeugen de voornaamste reden voor euthanasie, met verlammingen van de achterhand, fracturen en gewrichtsontstekingen als belangrijkste onderliggende oorzaken. Bij kreupele zeugen ligt het sterftecijfer van de biggetjes in de kraamstal hoger. Dit laatste zou te maken hebben met de meer bruuske manier waarop kreupele dieren gaan liggen in de kraambox, waardoor het risico op geplette biggetjes stijgt.

Bron: www.animalrights.nl

Feiten

  • te weinig ruimte, nooit naar buiten en geen natuurlijke omgeving
  • frustratie en onderlinge agressie door gebrek aan afleiding
  • pijnlijke verminkingen: staart en soms tandpuntjes worden vaak onverdoofd verwijderd.
  • fokzeugen leven een groot deel geklemd tussen de metalen stangen van de inseminatie-, dracht- en kraamafdelingen in de moderne ‘doorschuif-stalsystemen’
  • ze brengen hun leven staand en liggend door
  • langdurige veetransporten onder slechte omstandigheden

Cijfers

  • in Nederlandse schuren zitten 12,4 miljoen varkens opgesloten.
  • Jaarlijks gaan er 15,5 miljoen varkens naar een Nederlandse slachterij.
  • ze zijn dan meestal 6 maanden oud.
  • 7 miljoen biggen worden levend vervoerd door heel Europa om elders vetgemest te worden.
  • 2,2 miljoen varkens gaan op transport naar slachthuizen verspreid over Europa.
  • jaarlijks wordt bij 30 miljoen biggen onverdoofd het staartje afgebrand.

Bron: www.wakkerdier.nl

Koeien

De natuur van de koe

Een koe is een kuddedier. Koeien hebben een rijk gevoelsleven en zijn intelligent. Elke koe is een unieke persoonlijkheid. En de kudde is een ingewikkeld sociaal netwerk, waarbinnen er vriendschappen gesloten worden voor het leven.

Een kudde bestaat uit zo’n 20 verschillende dieren, maar ze kunnen meer dan 50 andere koeien herkennen en onthouden. Koeien beschermen elkaars kalfjes en passen ook vaak op ze. Ze verzorgen elkaars vacht met hun tong. Dit is niet alleen uit hygiënisch oogpunt, maar heeft een belangrijke sociale taak: het verstevigt de banden en vriendschappen binnen de kudde en neemt eventuele spanningen weg. Als koeien jeuk hebben op plekjes waar ze niet bij kunnen, dan gebruiken ze elkaars hoorns om te krabben.

Echte herkauwers

Koeien zijn grazers en herkauwers. Ze eten alleen plantaardig voedsel. Grazen doen ze met de tong; het gras wordt verzameld en tegen het gehemelte aangedrukt, daardoor scheurt het gras. Koeien hebben geen snijtanden, maar wel flinke kiezen waarmee ze het voedsel vermalen. Koeien zijn wel acht uur bezig met eten. Daarnaast wordt er nog eens zeven uur gedaan over het herkauwen.

Moeder en kind

De draagtijd van een koe is 9 maanden. Direct na de geboorte likt de koe haar kalf schoon; vanaf dit moment zijn moeder en kind onafscheidelijk. De koe zal haar kalf met gevaar voor eigen leven beschermen. Een kalf drinkt minstens acht maanden bij de moeder, soms zelfs tot de geboorte van een volgend kalf. Maar de band tussen moeder en kind duurt vaak een leven lang.

Het leven van een melkkoe *

De melkkoe moet elke dag topprestaties leveren. Melk geven kost zoveel energie dat een koe dit vaak maar vier jaar volhoudt. 35 procent van de koeien staat het hele jaar op stal.

Naar mate er meer melkkoeien gehouden worden in een veehouderij, staan ze vaker het hele jaar op stal. Bij toenemende bedrijfsgrootte is weidegang lastiger en tijdrovender om in te passen.

Bedrijven met 80 tot 100 melkkoeien past 77 procent weidegang toe.

Bedrijven met 160 of meer melkkoeien laat 39 procent van de boeren alle koeien

grazen en doet 10 procent een deel van de koeien naar buiten.

Grotere bedrijven laten vaker slechts een klein gedeelte van de koeien  weiden.

Bij deze vorm van weidegang wordt gemiddeld 30 procent van de melkkoeien geweid.

Kort opgeteld staan de meeste koeien in ons land het hele jaar op stal.

Een koe krijgt haar eerste kalf als ze twee jaar oud is. Daarna komt de melkproductie op gang. Ze produceert gemiddeld ruim 8.000 liter melk per jaar, met uitschieters tot 12.000 liter. Dat komt neer op bijna 22 liter per dag. Steeds meer boeren houden hun koeien het hele jaar door binnen op stal. Op dit moment komt nog maar 65 procent van de melkkoeien in de wei.

Een melkkoe moet zoveel melk produceren, dat zij een speciaal dieet krijgt en veel krachtvoer moet eten. In de praktijk betekent dit dat de koe ziek zou worden als zij alleen gras eet. Veel melkkoeien hebben last van pijnlijke ontstekingen aan de klauwen (hoeven).

Door de overproductie van melk komen ontstekingen aan de uiers veelvuldig voor. De uier wordt continu belast doordat ze steeds vol gehouden worden en door de apparaten waarmee ze gemolken worden. Dieren die het hele jaar door op stal staan, hebben daar vaker last van dan weidekoeien.

 Pus in melk.

Uit onderzoek blijkt dat melkvee vaak wordt geinjecteerd met groeihormonen (rBGH) om de melkproductie te stimuleren. Dit veroorzaakt veel stress bij de koeien waardoor ontsteking aan de uiers kan ontstaat. Deze infectie wordt vervolgens behandeld met antibiotica. Die behandeling leidt vervolgens tot resistente micro-organismen die hun slag weer kunnen slaan. 1 liter onderzochte melk uit Californië bevatte 298.000.000  puscellen. Ook in Nederland mag een liter melk wettelijk gezien enkele honderden miljoenen puscellen bevatten.

Zelfs het proces van pasteurizeren (verhitten om de houdbaarheid te verlengen) vernietigt deze cellen niet. De cellen worden alleen maar verhit. Dus met andere woorden: je drinkt melk met dode puscellen.

Een melkkoe wordt ieder jaar (kunstmatig) bevrucht. Ze moet een kalf krijgen om de melkproductie op peil te houden; een koe produceert melk voor haar kalf. Het kalfje wordt meestal direct na de geboorte weggehaald, individueel opgesloten en krijgt (kunst)melk uit een emmer. Een beperkt deel van de kalfjes wordt opgefokt tot melkkoe, de rest – waaronder alle stiertjes – gaat op transport naar een ander bedrijf, honderdduizenden daarvan naar buitenland,  om te worden afgemest voor de productie van kalfsvlees.

Op jonge leeftijd worden bijna alle koeien onthoornd, zodat ze elkaar in de krappe stallen niet verwonden. Het is verplicht deze pijnlijke ingreep met verdoving uit te voeren. Maar veel boeren geven niets tegen de napijn, die wel 2 dagen kan aanhouden.

Van nature wordt een koe gemiddeld veertien tot twintig  jaar oud. Maar een melkkoe in de vee-industrie wordt vaak niet ouder dan zes jaar. Bij verminderde vruchtbaarheid, een lagere melkproductie of bij poot-, klauw- of uierproblemen wordt ze afgevoerd naar het slachthuis.

Feiten

  •   een groot deel van de melkkoeien staat altijd op stal.
  •   pijnlijke poot- en uierontstekingen komen veel voor.
  •   kalfjes worden vaak direct na de geboorte bij de moeder weggehaald.
  •   de melkproductie is ongezond hoog

Cijfers

  •      er zijn meer dan 3 miljoen melkkoeien in Nederland, 40 procent hiervan is jongvee.
  •      35 procent van alle melkkoeien komt nooit buiten.
  •      alle kalfjes worden te jong van hun moeder gescheiden.
  •      het aantal megastallen met melkkoeien zal naar verwachting stijgen tot 500 in 2020.
  •      een melkkoe geeft gemiddeld ruim 8.000 liter melk per jaar.
  •      50-70 procent van de koeien wordt rond het 4e of 5e levensjaar naar het slachthuis gebracht vanwege gezondheidsproblemen.

 Er zijn boeren die hun (melk) koeien op een normale manier houden en naar buiten laten gaan. De melk van zo’n koe heet weidemelk.  Weidemelk is melk afkomstig van boerderijen waar de koeien van het voorjaar tot in het najaar ten minste 120 dagen per jaar, minimaal 6 uur per dag in de wei lopen.

Lijst gecertificeerde weidemelkbedrijven116

Het leven van een kalf

Melkkoeien krijgen ieder jaar een kalfje. Zo blijft hun melkproductie hoog. Het merendeel van deze kalveren is een ‘restproduct’: de stiertjes geven geen melk en groeien niet snel genoeg om er biefstuk van te maken. Zij worden geslacht voor kalfsvlees, na een kort leven in een dichte schuur. Nederland is een zuivelland. We produceren daarom ieder jaar veel kalveren. Een deel van de vrouwelijke kalfjes groeit op tot nieuwe melkkoeien, maar veel vaarskalfjes en alle stiertjes worden vetgemest voor kalfsvlees. Uit gegevens van de Gezondheidsdienst voor Dieren is gebleken dat 8% in de eerste drie dagen sterft, of dood geboren wordt.

13,3% van de kalveren sterft in de weken erna. Vaak zijn de uitvalpercentages nog hoger, soms 25%. Hoeveel kalveren er per jaar sterven, wordt niet gepubliceerd. Naar schatting betreft het zo’n 325.000 kalveren per jaar. Met de 13,3% sterfte (exclusief de sterfte in de eerste drie levensdagen) is de kalversterfte in de melkveehouderij hoger dan in veel andere sectoren.

In de natuur blijft een kalf zes tot twaalf maanden bij de moeder. In de vee-industrie wordt hij meestal direct weggehaald. Tot ze 8 weken oud zijn verblijven ze in ‘eenlingboxen’. In de eenlingboxen kunnen kalveren elkaar zien een aanraken maar ze hebben geen bewegingsruimte: de breedte van de box is de schofthoogte van het kalf, gemeten terwijl het kalf rechtop staat. De lengte is 1,1 keer de lichaamslengte van het kalf, gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel.

Als ze wat ouder zijn, worden de kalfjes in groepen van vier tot acht in een kleine box gestopt. Ieder kalf heeft een oppervlakte van 1,8 vierkante meter tot zijn beschikking. De vloer van de box is hard en meestal kaal. De kalfjes mogen niet naar buiten.
Na maximaal acht maanden gaan ze naar de slacht, het merendeel in Nederland, veertien procent elders in Europa.

Met twee weken oud worden de restkalveren, vaak stiertjes, vervoerd naar een kalverhouderij om opgefokt te worden voor de slacht.

Er staan een heleboel kalfjes van allerlei verschillende boerderijen in één stal. Dat betekent ook dat er veel verschillende soorten bacteriën en virussen aanwezig zijn. Dat zorgt bij de jonge kwetsbare dieren onder andere vaak voor luchtwegeninfecties en diarree. Het antibioticagebruik is hoog.
Bron: www.dierenrecht.nl

Gedurende het transport naar buitenland gaan er veelvuldig dingen mis. Tijdens de lange reizen krijgen de dieren vaak niets te eten of te drinken. Waterreservoirs die er zijn, zijn meestal niet voor alle dieren bereikbaar in de wagens. De kalfjes kunnen niet drinken, omdat ze te jong zijn om te weten hoe het reservoir werkt, ze horen nog bij hun moeder te drinken. Veel chauffeurs nemen het niet nauw met de verplichte rusttijden en maken te lange ritten om zo snel mogelijk op plaats van bestemming te zijn. Uit onderzoek blijkt dat de wettelijk voorgeschreven rij- en rusttijden stelselmatig worden overtreden. Een reis kan soms 50 uur duren. Vooral tijdens de verre reizen naar Zuid-Europa, waar het zomers erg heet is, hebben de dieren het in de volle veewagens zwaar te verduren. Vaak zijn de dieren aan het eind van de reis volkomen uitgeput en uitgedroogd. Door de lange ritten raken de dieren oververhit en vaak in paniek waardoor sommigen sneuvelen of vertrapt worden. In de praktijk blijkt: hoe langer de transporten duren, hoe meer dierenleed ze veroorzaken.

Dikbilkoe

Er zijn in Nederland 18.000 Belgische Witblauwen en 1.700 Verbeterde Roodbonten . Dit zijn de zogenaamde ‘dikbillen’. Zij zijn doorgefokt op een erfelijke afwijking. Hierdoor groeien de spieren van deze dieren extra snel. Handig, want veel spiergroei betekent veel dure biefstuk. Het nadeel hiervan is dat de koeien bijna altijd (85-90 procent) bevallen met behulp van een keizersnede: het bekken van de moederkoe is te smal en het kalf te groot voor een natuurlijke bevalling. Na een keizersnede heeft de moeder veel langer pijn dan bij een natuurlijke bevalling en bovendien neemt de kans op ontstekingen, vergroeiingen en bloedingen toe. Bovendien ondergaat een koe soms wel vier keizersneden.

Feiten

  •      gebruik van doorgefokte rassen die alleen kunnen bevallen met via een keizersnede.
  •      geen weidegang tijdens het afmesten.
  •      geen goede richtlijnen voor huisvesting.

Cijfers

  •      in ons land worden ongeveer 220.000 vleesrunderen gehouden.

Een koe wordt vanaf eenjarige leeftijd bevrucht en krijgt meestal haar eerste kalf als ze twee is. Gemiddeld krijgt ze 3 à 4 kalfjes. Daarna wordt zij ook op stal gezet om afgemest te worden. Na vier maanden op stal, wordt ze geslacht.

Voor de huisvesting van vleesrunderen zijn geen specifieke richtlijnen. Hierdoor is het verschil tussen de stallen zeer groot. Het merendeel wordt op stro gehouden. Maar er worden nog steeds runderen gehouden op een beton- en roostervloer zonder stro of zacht ligbed. Dit kan kreupelheid, pootproblemen en beschadiging van gewrichten veroorzaken. De ruimte per dier varieert ook sterk. Soms heeft een stier van 500 kilo maar vijf vierkante meter leefruimte.

Feiten

  •      nooit moederzorg en de eerste weken alleen in een hok.
  •      geen stro, weinig ruimte en geen buitenlucht.
  •      zes op de tien vleeskalfjes krijgt expres te weinig ijzer in het voer, zodat het vlees mooi blank blijft.
  •      transport over lange afstanden onder ellendige omstandigheden.

Cijfers

  •      in ons land leven 950.000 vleeskalfjes.

                   800.000 kalveren gaan per jaar op transport als ze tien dagen oud zijn     

  •      geen enkel vleeskalfje kent zijn of haar moeder.
  •      jaarlijks worden 1,4 miljoen kalfjes geslacht. De meeste zijn dan zo’n 6 maanden oud.

Bron: www.wakkerdier.nl

Eenden

De natuur van de eend

Eenden horen thuis in en bij het water. Het zijn geen groepsdieren, behalve als de vrouwtjes gaan nestelen dan groeperen de mannen zich. Het paren is een tijd van oorlog. De woerden vechten om het hardst om de vrouwtjes en het paren zelf gaat er ruig aan toe. Er is veel concurrentie en de mannen nemen het niet zo nauw. De hormonen worden waarschijnlijk geactiveerd door licht, warmte en bepaald voedsel. Daar zijn onderzoekers nog niet helemaal uit. Wel dat het een ongeordende bende is in de paartijd. De mannen blijven totdat het wijfje op het nest gaat en vertrekken dan.

De moeder brengt de kuikens groot. In de winter vormen eenden een groep maar dan vanwege het feit dat ze beschutting zoeken tegen de winterkou en tegen de vijand. Ratten en mensen zijn de vijanden van eenden. Veel jonge eendjes worden opgegeten door ratten. Wij mensen zetten eenden in de intensieve veehouderij. Daarover hieronder meer.

De binneneend

In de vee-industrie wordt deze watervogel in droge schuren gehouden, zonder mogelijkheden om zijn natuurlijke gedrag te vertonen.

Eenden-eieren worden in machines uitgebroed. De eendagskuikens worden naar grote opfokstallen met strooisel gebracht. Ze leven daar binnen – wel op stro, maar zonder zwemwater. Sinds 1998 mogen eenden om milieuredenen niet meer naar buiten.

Weinig ruimte en licht

Een eend heeft een natuurlijke behoefte aan water: om eten in te zoeken, te zwemmen, te poetsen en te paren. Bij gebrek aan water voert een eend deze gedragingen niet of onvolledig uit. Eenden kunnen niet goed bewegen in de stal; ze krijgen te weinig ruimte en ze zijn niet gebouwd om de hele dag op het droge te zijn. Bovendien heeft een eend daglicht nodig om actief te bewegen, maar er komt zelden daglicht in de stal.

Ziekte

Ze leven met 6 à 7 eenden op 1 vierkante meter. Na 7 weken gaan ze naar de slacht. Ze wegen dan al meer dan 3 kilo. De dieren zijn gefokt op hoog gewicht en snelle groei. Daarom hebben veel eenden last van hart- en circulatiestoornissen.

Foie gras uit buitenland

In het buitenland worden eenden en ganzen gebruikt voor de productie van foie gras. Dit is de vervette lever van eenden of ganzen. Het is een beschermde naam op grond van nationale en Europese verordeningen. Een vervette eendenlever mag foie gras (‘de canard’) genoemd worden vanaf 300 gram, terwijl een gewone eendenlever slechts 50-70 gram weegt.

De levers die als foie gras verkocht worden, zijn tot wel 10 keer groter dan normale levers. Voor dit product worden de eenden tweemaal daags onder dwang gevoederd. Een vette maïsbrij wordt via een buis in de keel rechtstreeks in de slokdarm gepompt. Dit veroorzaakt angst, pijn en ernstige ademhalingsproblemen. het gebeurt vaak dat de keel geperforreerd wordt door de metalen buis. Tijdens het dwangvoederen raakt een onbekend aantal eenden en ganzen gewond aan hals en keel, en loopt infecties en botbreuken op. Het sterftecijfer stijgt in de dwangvoederperiode met een factor tien à twintig.

Ieder jaar worden wereldwijd meer dan 36 miljoen eenden en 0,5 miljoen ganzen onder dwang gevoederd voor dit product. Frankrijk maakt zo’n 75 procent van de wereldwijde foie gras-productie, gevolgd door Hongarije en Bulgarije. Ook in buurland België wordt het nog geproduceerd. Ondanks dat de productie in Nederland is verboden, wordt het hier wel gegeten. In 2010 importeerde Nederland zo’n 46.000 kilo foie gras.

Feiten

  •        te weinig ruimte, geen zwemwater en geen uitloop naar buiten
  •        gezondheidsproblemen door te snelle groei
  •        in het buitenland dwangvoedering voor de productie van foie gras

      ernstige ademhalingsproblemen, wonden aan hals, infecties en botbreuken

Cijfers

  •        in Nederland leven 800.000 eenden in schuren
  •        een vleeseend wordt na 7 weken geslacht
  •        hij weegt na 7 weken al meer dan 3 kilo
  •        ze leven met 7 eenden op 1 vierkante meter
  •        in 2010 importeerde Nederland zo’n 46.000 kilo foie gras

Bron:  www.wakkerdier.nl

Kalkoenen

De natuur van de kalkoen

Kalkoenen zijn loopvogels, maar ze kunnen ook een eindje fladderen. In de natuur leven ze in kleine groepjes van een haan, twee of drie hennen en enkele jongen. Wilde kalkoenen slapen in bomen, maar de hen maakt bij voorkeur op de grond haar nest, waarin ze 20 tot 25 eieren legt.

De kalkoen is een grote hoenderachtige en komt in het wild nog voor in Noord-Amerika en Canada. De voorouders van de kalkoen zijn waarschijnlijk al in het begin van de 16e eeuw door de Spanjaarden vanuit Mexico meegenomen naar Europa.

Kalkoenfokbedrijven 43

Nederland heeft geen kalkoenfokbedrijven. Op een fokbedrijf zijn de hanen van een zwaarder ras dan de hennen, waardoor er snelgroeiende kuikens ontstaan. Het gewichtsverschil tussen de haan en de hen is echter zo groot, dat natuurlijk paren niet mogelijk is. Zaad wordt kunstmatig aan de hanen onttrokken en bij de hennen ingespoten. De eieren worden uitgebroed in een broedmachine.

In Nederland leven bijna 800 duizend kalkoenen, verspreid over 41 bedrijven. Omdat er meerdere keren per jaar kalkoenen naar de slacht gaan, worden er jaarlijks in totaal zo’n 2,3 miljoen kalkoenen in Nederland afgemest voor de slacht. Het gros van de dieren komt nooit buiten, en leeft in hun eigen poep.  De kalkoenen hebben nauwelijks mogelijkheid voor natuurlijk gedrag, zoals het handhaven van een pikorde, scharrelen, stofbaden nemen, op stok slapen, beschutting zoeken of natuurlijk voedselzoekgedrag.

De hennen en hanen worden gescheiden van elkaar gehouden, omdat ze zo verschillen in grootte. Een hen bereikt in zestien weken een gewicht van tien kilo. Een haan wordt zo’n twintig kilo in twintig weken: een groei van een kilo per week. De snelle groei en het hoge gewicht zorgen vaak voor pootproblemen en kreupelheid.

Leefomstandigheden

De dieren mogen niet naar buiten en hebben weinig ruimte in de stal: er leven vijf hennen of drie hanen op één vierkante meter. Vanwege een slecht stalklimaat, lijden veel kalkoenen aan ademhalingsziektes (25 procent). Het staan op nat stro en uitwerpselen veroorzaakt darmontstekingen en diarree (10 procent). Daarnaast krijgt één op de vier dieren pijnlijke borstpukkels of zweren aan de poten. De kalkoenensector zegt diverse stappen te hebben gezet om het stalklimaat te verbeteren, maar dit is nog niet door onafhankelijk onderzoek bevestigd.

Snavelpunt verwijderen

Pikken is natuurlijk gedrag bij kalkoenen. Maar in een onnatuurlijke situatie met te veel kalkoenen in een kleine ruimte en bij gebrek aan goede afleiding wordt dat gedrag flink versterkt. Het pikken begint al als de dieren enkele dagen oud zijn en kan erg uit de hand lopen. Daarom worden bij alle kalkoenen de snavelpunten verwijderd.

Hoge sterfte

Door de combinatie van pikken, snelle groei, ziektes en ontstekingen halen veel dieren de slachtleeftijd niet. Vooral bij hanen is de sterfte hoog: één op de tien overlijdt voortijdig. Sommige bedrijven hebben een overdekte uitloop waar de dieren gretig gebruik van maken. Deze kalkoenen zijn gezonder en er gaan minder dieren vroegtijdig dood.

De bedrijven doen meerdere slachtrondes per jaar. In Nederland zijn geen kalkoenslachthuizen, dus de dieren gaan levend op transport naar Duitsland.

Feiten

  •   een onnatuurlijk snelle en pijnlijke groei.
  •   niet genoeg ruimte.
  •   veel dieren sterven vóór de slachtleeftijd door stress en ziektes.

Cijfers

  •   er leven 800.000 kalkoenen in ons land in grote schuren.
  •   per vierkante meter leven 3 hanen of 5 hennen.
  •   elk jaar sterven meer dan honderdduizend kalkoenkuikens voortijdig, door ziekte, stress of pikken.

Bron: www.wakkerdier.nl

Kippen

De natuur van de kip

De kip is een echte scharrelaar. Zij scharrelt van nature zelf haar kostje bij elkaar en rolt graag door het zand om haar verenkleed schoon te houden. Kippen zijn gezelschapsdieren, ze leven het liefst in groepen met een duidelijke hiërarchie (pik-orde). Ze besteden een groot deel van de dag aan het zoeken naar voedsel. Ze zoeken bescherming tegen vijanden door dicht bij bomen, struiken en andere planten te blijven. Voor kippen is het heel belangrijk dat ze een nest kunnen bouwen om hun ei in te leggen. In de natuur zijn ze vaak uren bezig met het zoeken naar een geschikte plek. Slapen doen ze samen. Zodra het schemering wordt kruipen ze gezamenlijk op stok.

Aantal kippen op de wereld

Er zijn meer kippen op de wereld dan elke andere vogel. Wereldwijd worden er per jaar vijftig miljard kippen gefokt, voor zowel hun eieren als hun vlees. Ongeveer 43 miljard van deze kippen zijn vleeskuikens, zij worden gefokt, vetgemest en geslacht voor hun vlees. In Nederland leven ongeveer 45 miljoen vleeskuikens. Wereldwijd wordt zeventig procent van de vleeskuikens gehouden in de intensieve veehouderij.

Het leven van een vleeskuiken 121

In ongeveer 40 dagen wordt een geel kuiken vetgemest tot een 2,3 kilo zware vleeskip. Veel kuikens zijn kreupel of hebben last van pijnlijke voetzweren.

Het meest gehouden productiedier in Nederland is het vleeskuiken. Deze kippen worden niet ouder dan zes weken. De eieren worden machinaal uitgebroed. Na het uitbroeden worden de kuikens in kratten naar een mesterij vervoerd. Daar komt het kuiken in een stal waar het samen met achttien tot twintig soortgenoten één vierkante meter ruimte moet delen.

De kuikens groeien razend snel. Ze leven meestal in een grote stal, waarin vaak 50.000 dieren leven. In het begin hebben ze veel ruimte, maar al snel groeit de stal dicht. De overvolle stallen worden tijdens het afmesten niet schoongemaakt. De dieren staan hun leven lang in hun eigen uitwerpselen. Door de combinatie van een vochtige, zure vloer en te weinig beweging, krijgen ze ammoniakbrandwonden zoals voetzoollaesies en brandhakken.

Na zes weken is het kuiken vetgemest en veranderd in een vleesklomp van 2,3 kilo; een kleuter met het gewicht van een volwassene. Door hun overgewicht zakken ze door hun poten op weg naar de voerbak. Ook het hart kan de snelle groei moeilijk bijbenen. Als gevolg van de hevige hartinspanningen komt bij veel kuikens vocht in de buikholte, waardoor het dier sneller moet gaan ademen en de longen verstopt raken. Miljoenen kuikens sterven nog voordat ze de slachtleeftijd hebben bereikt. Om zoveel mogelijk kuikens de slachtleeftijd wel te laten halen, wordt er meestal antibiotica gebruikt.

De ouderdieren mogen niet zo snel groeien als hun kinderen, want te zware ouderdieren gaan te vroeg dood. Zij zitten daarom op een permanent hongerdieet om hun groei te remmen. Na zo’n 17 maanden honger worden zij verwerkt in soepen en snacks.

Ruwe vangst

Het vangen van kippen veroorzaakt angst, stress en pijn. Onderzoek toont aan dat 8% van de vleeskippen botbreuken, kneuzingen, ontwrichtingen, beschadigde huid, gekneusde of gebroken vleugels, borst of poot oploopt tijdens het vangen. Omdat het vangen snel en efficiënt moet gebeuren is er een groot risico op het klem komen te zitten van vleugels, poten en kop bij het sluiten van de kratten of containerladen. Er wordt aangenomen dat het merendeel van de breuken en kneuzingen die worden aangetroffen op het  slachthuis al bij het vangen is ontstaan.

Het transport van deze dieren – vaak urenlang in een schommelende veewagen – is een tragische aangelegenheid die op eenvoudige wijze veranderd zou kunnen worden. Een betere behandeling tijdens het vangen en in de kratten stoppen kan het aantal dode en gewonde kippen flink doen afnemen. De vangmethode waarbij kippen op hun kop aan hun poten worden opgetild en in kratten gestopt is pijnlijk en stressvol voor de dieren en vergroot de kans op verwondingen zoals poten uit de kom. Er is een beduidend diervriendelijkere methode van kippen vangen, de ‘Zweedse methode’. Daarbij pakt een vanger steeds twee dieren, duwt deze tegen elkaar en tilt ze rechtop naar de kratten.

Sinds 1 januari 2012 zijn er nieuwe Europese richtlijnen voor verdoving bij de slacht. Eerder was de waterbadmethode gebruikelijk, waarbij de kippen vaak gedeeltelijk verdoofd werden. De meeste Nederlandse slachthuizen zijn nu overgestapt op verdoving met CO2 of op een methode waarbij de kuikens worden verdoofd met een stroomstoot door het hoofd.

Feiten

  •        nooit naar buiten en te weinig ruimte
  •        jonge haantjes worden versnipperd of vergast
  •        snavelpuntjes worden verwijderd
  •        pikken en kannibalisme door gebrek aan ruimte en afleiding
  •        pijn, stress en botbreuken bij ruwe vangst en slacht
  •        minder dan één A4’tje leefruimte per kip, in een dichte stal
  •        veel kuikens zijn ziek en hebben pijn door absurd snelle groei
  •        veel kuikens hebben hart en ademhalingsproblemen door overgewicht
  •        de kuikens staan hun leven lang in hun eigen uitwerpselen, hierdoor hebben ze zeer
    ernstige brandwonden aan de hakken
  •        tijdens de vangst ontstaan botbreuken en kneuzingen
  •        de ouderdieren lijden hun leven lang honger

Cijfers

  •        het gewicht van een vleeskuiken stijgt in 6 weken van 40 gram naar gemiddeld 2300

      gram. Een biologisch vleeskuiken doet hier ongeveer twee keer zo lang over.

  •        een gewoon kuiken is volwassen bij 18 weken.
  •        vleeskuikens worden geslacht als ze 6 weken oud zijn.
  •        er zitten op dit moment 49,1 miljoen vleeskuikens in Nederlandse schuren.
  •        er lijden 8,5 miljoen ouderdieren honger in Nederland. In 2015 werden 574 miljoen
    kuikens geslacht.

Legkip

Het leven van een legkip begint in een broedmachine. Zodra de kuikentjes zijn uitgekomen worden de hennetjes en haantjes gescheiden. Alle haantjes worden direct daarna vergast of levend vermalen. Zij zijn nutteloos; ze kunnen geen eieren leggen en ze zijn ook niet geschikt voor vleesproductie. Het gaat om de hennetjes. Bij hen wordt de snavelpunt verwijderd. Dit is pijnlijk, omdat er gevoelige zenuwen in de snavel zitten. Men doet dit, omdat de hennen te dicht op elkaar leven en elkaar met de snavel verwonden. Alleen hennetjes die naar een biologische of Rondeelstal gaan, mogen hun snavel houden.

De kippen leven eerst 16 á 18 weken in een opfokbedrijf, waarna ze worden vervoerd naar verschillende soorten stallen: een stal met kooien of een scharrelstal. Daar leeft een leghen ongeveer 17 maanden. Ze legt bijna iedere dag een ei en na 300 eieren is zij ‘op’.

Je kunt aan de code op het ei zien in welk soort stal de kip heeft geleefd.

Kooikip

De meest dieronvriendelijke manier om leghennen te houden is in kooien. De dieren zitten hun leven lang in een kooi waar geen of nauwelijks mogelijkheden zijn voor basisbehoeften als scharrelen, stofbaden en het gebruik van een legnest of zitstok. De traditionele legbatterij, waar een kip één A4’tje leefruimte krijgt, zonder stok, nest of strooisel, is in Europa verboden. Alle kooikippen moeten nu in verrijkte kooien of koloniehuisvesting leven.

In een verrijkte kooi heeft iedere hen iets meer dan een A4’tje leefruimte. Ze kan haar vleugels bijna niet strekken. Er is een zitstokje, een plastic grasmatje met wat strooisel en een plastic flap die als leg-nest dient. Deze voorzieningen zijn echter zo minimaal dat de kippen er nauwelijks gebruik van kunnen maken. Er zijn verrijkte kooien met kleine groepen (10-12), middelgrote groepen (15-30) en grote groepen (30-60) hennen, maar voor de ruimte per hen maakt dat niets uit. Sinds 2008 mogen er geen verrijkte kooien meer gebouwd worden, maar bedrijven die toen al met verrijkte kooien werkten, mogen dat blijven doen tot 2021.

Na 2021 mogen kooikippen alleen nog in ‘koloniekooien’ gehouden worden. Hierbij is de kooi vijf centimeter hoger dan een verrijkte kooi, er zitten minimaal dertig dieren per kooi en er zijn twee zitstokken op verschillende hoogtes. De strooiselmat en het legnest zijn groter. Een hen heeft iets meer leefruimte dan in een verrijkte kooi, maar dat is nog steeds minder dan twee A4’tjes.

Scharrelkip

Een scharrelkip heeft ongeveer twee A4’tjes leefruimte. Hoewel de term ‘scharrel’ anders doet vermoeden, heeft ze geen uitloop naar buiten. Ze zit niet in een kooi, maar met duizenden andere hennen samen in een grote stal. Er is wat strooisel om in te scharrelen, de hennen kunnen een keer een sprintje trekken of een stukje fladderen, en er zijn legstokken en flappen waarachter de hennen hun eieren kunnen leggen. Maar door het gebrek aan ruimte en afleiding wordt er onderling veel op elkaar gepikt.

De slacht van een legkip

Voor de slacht worden de hennen eerst ’s nachts met de hand gevangen. De vangst gaat er net als bij de vleeskippen ruw aan toe; veel kippen breken vleugels en poten tijdens de vangst. Vervolgens gaan ze op transport naar een slachterij, meestal in België, om als soepkip te eindigen.

Cijfers

  •        er zijn 47,7 miljoen legkippen in ons land.
  •        in 2013 hebben alle Nederlandse kippen samen 10,4 miljard eieren gelegd.
  •        minstens 30 miljoen eendagskuikens worden er jaarlijks vergast of levend vermalen.
  •        een scharrelhen wordt 17 maanden

Bron: www.wakkerdier.nl

Konijnen

De natuur van het konijn.

Het konijn stamt af van de haasachtigen. Het zijn dus geen knaagdieren zoals men vaak denkt. Konijnen zijn echte groepsdieren met een sterke hiërarchie. Iedereen heeft en weet z’n plaats binnen de groep die bestaat uit 2 tot 9 vrouwtjes en 1 tot 3 mannetjes plus de jongen. Ze leven in soms complexe holen- en gangenstelsels, die ze verdedigen tegen andere groepen en roofdieren. De ruimtes in het stelsel hebben vaak een speciale functie: ze kunnen dienen om te rusten, te schuilen en om de jongen groot te brengen. Voedsel zoeken, rennen en spelen is waar het konijn de hele dag mee bezig is. In rustperiodes vinden ze het fijn elkaars vacht te verzorgen.

Konijn op je bord?

Het lijkt een gekke vraag, maar ook in ons land worden konijnen gehouden voor consumptie in de intensieve veehouderij. Naar schatting worden in Europa zo’n 325 miljoen konijnen voor hun vlees gehouden. Dat is meer dan het aantal varkens en runderen bij elkaar. Vooral in Frankrijk, Italië en Spanje worden veel konijnen gehouden. In Nederland houden wij 325.000 slachtkonijnen in de vee-industrie.

Het leven van een konijn in de vee-industrie

Het konijn is een van de meest gehouden huisdieren in ons land. Maar in de vee-industrie hebben 325.000 konijnen een heel ander leven. Ze leven in draadgazen kooien.

Foto: Wakker Dier 13

De jongen

Een konijn wordt geboren in een kleine, kale, draadgazen kooi zonder nestmaterialen.

Door stress, frustratie en ontstekingen aan de darmen of luchtwegen gaat twintig procent van hen vroegtijdig dood.

De jonkies blijven 4 tot 5 weken bij hun moeder. Vervolgens worden ze verplaatst naar een andere kale draadgazen kooi, waar de zogenaamde vleeskonijnen in groepen van 5 tot 35 dieren worden gehouden. In het meest positieve geval heeft een konijn ruim een A4-tje leefruimte. Maar hoe groter de groep, des te minder ruimte is er per konijn. In de kleinere groepen is er geen ruimte om te huppelen of te rennen. Na tien tot twaalf weken wordt hij geslacht, op een gewicht van 2,6 kg.

De moeder

De konijnenmoeder wordt een voedster genoemd. Zij mag voor het eerst bevrucht worden als ze vijftien weken oud is. Meestal gebeurt dit kunstmatig. Na ongeveer een maand krijgt ze een nestje van gemiddeld negen jongen. Tien tot twaalf dagen later wordt ze weer zwanger gemaakt. Zo krijgt ze zeven nestjes per jaar. Gedurende haar hele leven zit het moederkonijn in een draadgazen kooi. Daarnaast krijgen veel moeders last van buik- en melkklierontstekingen. Door stress, de vele nestjes en de gezondheidsproblemen zijn de voedsters snel ‘op’ en worden ze afgevoerd naar de slacht.

De vader

De vaders worden in vergelijkbare omstandigheden gehouden als de moeders. Doordat de meeste bedrijven het liefst willen dat alle vrouwtjes tegelijk zwanger zijn, wordt er veel gebruik gemaakt van kunstmatige inseminatie. Daarom zijn er steeds minder mannelijke konijnen nodig.

Hoge sterfte

De sterfte van konijnen is hoger dan van andere dieren in de veehouderij: een op de vijf haalt de slachtleeftijd niet. Dit komt voornamelijk door gezondheidsproblemen en stress. Veel konijnen hebben problemen met spijsvertering, ademhaling, reproductie en beschadiging door hun huisvesting. Ze zijn chronisch verveeld, omdat ze niet kunnen huppelen en knagen, en geen afleiding krijgen. Daardoor vertonen ze veel afwijkend gedrag, zoals rondjes draaien, kopschudden, haarplukken en gaasknagen.

Ondanks jaren van selectie en fokken, is het natuurlijke gedrag van deze konijnen nog steeds gelijk aan het gedrag van wilde konijnen. Door de kleine (individuele) hokken kunnen zij dit gedrag echter niet uitoefenen. Dit levert veel frustratie en stress op.

Export

Er is geen konijnenslachterij in Nederland. Alle konijnen gaan levend op transport naar België of Frankrijk. Deze transporten kunnen lang duren, omdat een vrachtwagen langs meerdere bedrijven gaat. In het slachthuis worden ze verdoofd door elektrocutie. Vervolgens wordt de hals doorgesneden.

Nieuwe welzijnsregels, zoals hogere kooien, groepshuisvesting en bodembedekking, zijn in 2016 doorgevoerd.

Feiten

  •   een op de vijf konijnen overlijdt vroegtijdig.
  •   de konijnen krijgen weinig ruimte en geen buitenlucht.
  •   door gebrek aan afleiding treedt afwijkend gedrag op.
  •   pijnlijke poten door draadgazen kooitjes.

Cijfers

  •   in ons land leven 325.000 vleeskonijnen.
  •   alle konijnen worden levend geëxporteerd naar slachthuizen in België en Frankrijk.
  •   de slachtleeftijd is 11 tot 12 weken. Een voedster (moederkonijn) gaat na ongeveer 1 jaar naar de slacht. Een wild konijn kan 10 jaar oud worden.
  •   1 op de 5 konijnen haalt de slachtleeftijd niet, door slechte verzorging, ziekte en

     stress.

bron: www.wakkerdier.nl

Schapen

De natuur van het schaap

Schapen zijn groepsdieren. Zonder soortgenoten vereenzamen ze. Het schaap is een vriendelijk en volgzaam dier dat niet graag de leiding neemt. Ze kunnen ook heel goed met geiten gehouden worden. Schapen zijn voorzichtig dus geen bravoure dieren, zoals de geiten die overal op klimmen en een grote mond hebben. Het schaap eet blaadjes en gras. Ze leven op het gras, maar een stukje beton is noodzakelijk om de hoeven kort te houden. Deze slijten op het beton op een natuurlijke manier af. Schapen moeten twee keer per jaar geschoren worden. Na het scheren is het belangrijk dat ze schaduwplekken hebben omdat de huid snel verbrand.

(Foto Rob Voss

Bij schapen denk je meestal alleen aan wol. Maar schapen worden ook voor het vlees gehouden, met name voor lamsvlees.

Het leven als schaap in de vee-industrie

In Nederland leven ruim een miljoen schapen, verspreidt over meer dan 12.000 bedrijven. De meeste schapen worden gehouden voor het lamsvlees. Gemiddeld worden lammeren geslacht als ze rond de zes maanden oud zijn. Een klein deel is ‘melkschaap’. Zestig procent van de schapen wordt professioneel gehouden, de rest hobbymatig.

De schapenhouderij

De schapenhouderij is een redelijk extensieve sector, omdat de dieren buiten in de wei lopen met hun lammeren. De lammetjes blijven gemiddeld drie à vier maanden bij hun moeder, ongeveer net zo lang als de dieren in de natuur bij elkaar blijven. Een op de tien lammetjes overlijdt vroegtijdig, voornamelijk door een te laag geboortegewicht, onderkoeling en ondervoeding. Pijnlijke ingrepen, zoals het afknippen van de staart, zijn bij de meeste rassen verboden. Wel krijgen ze oormerken. Nadat ze van hun moeder zijn gescheiden, worden de lammetjes in nieuwe groepen met leeftijdgenoten geplaatst. Ze blijven met die groep in de wei totdat ze geslacht worden. De slachtleeftijd varieert van vier tot twaalf maanden.

Van schaaphouderij naar schapenindustrie

Ooien – vrouwtjesschapen – worden op natuurlijke wijze gedekt. Ze bevallen elk jaar, meestal van een of twee lammetjes. Sommige boeren willen meerdere keren per jaar lammeren produceren. Met hormonen wordt er dan voor gezorgd dat de schapen in twee jaar tijd driemaal werpen. Hiermee verandert de schapenhouderij langzaam richting schapenindustrie met meerdere worpen per jaar, zoals de varkensindustrie.

Bij bedrijfsmatige schapenhouderijen varieert het aantal schapen van enkele tientallen tot meer dan duizend. Er is een groot aantal hobbyhouders, waar veel schapen onder gebrekkig of onkundig beheer lijden. Veel boeren controleren hun schapen in de wei te weinig, waardoor verwaarlozing dreigt.

Schapen zijn gevoelig voor ziektes, zoals kreupelheid, parasitaire infecties en uierontsteking. Door veelvuldig gebruik van medicijnen treedt resistentie op  tegen parasieten, zoals leverbot en maag-darmwormen, die ernstige ziektes veroorzaken.

Ritueel slachten 44 45

Een deel van de lammeren en schapen in Nederland wordt ritueel geslacht voor halal of koosjer vlees. Hierbij worden de schapen niet verdoofd voor de slacht. De nek van het schaap wordt doorgesneden, daarna duurt het nog ongeveer anderhalve minuut voordat het dier zijn of haar bewustzijn verliest.

Export en import

Ieder jaar worden honderdduizenden schapen levend naar buitenlandse slachthuizen vervoerd, voornamelijk naar Duitsland, Frankrijk en België, waar het slachten iets goedkoper is. Of omdat men het vlees dan het stempel ‘Frans’ mag geven. Tegelijkertijd importeren we tienduizenden levende lammetjes om ze hier vet te mesten. Veel lamsvlees in de Nederlandse winkels is geïmporteerd uit Nieuw-Zeeland.

Feiten

  •        veel ziektes en een hoge lammerensterfte.
  •      weinig controle op de dieren in de wei.
  •      lang internationaal transport.
  •      geen verdoving bij rituele slacht.

Cijfers

  •      in ons land leven 1 miljoen schapen.
  •      in 2012 werden 585.000 schapen geslacht, waarvan 80 procent een

     lam was.

  •      1 op de 10 lammeren overlijdt nog voor de slacht.

Bron: www.wakkerdier.nl

Geiten

De natuur van de geit

De geit stamt af van de wilde berggeiten uit Iran, Turkije en Afrika. De geit is een kuddedier; het kan niet goed functioneren zonder soortgenoten. Pony´s, paarden en schapen zijn ook goede maatjes voor het schaap, maar zijn eigen soort heeft de voorkeur. Het zijn klimmers eerste klas, ze zijn zeer behendig en slim. Het meest gelukkig zijn ze wanneer ze mogen grazen waar veel ruimte is, bijvoorbeeld in een weiland. Het zijn herkauwers met vier magen dus ze herkauwen de hele dag op gras, takjes, twijgen en houtschors.

Het leven van een geit in de intensieve veehouderij

Een geit krijgt haar eerste lammetje als ze een jaar oud is. Ze krijgt per keer één tot drie lammetjes. Op de meeste houderijen worden de geiten elk jaar opnieuw gedekt. Het overgrote deel van de geiten wordt altijd binnen op stal gehouden. Op de stalvloer is wel een pak stro aanwezig. Ze worden in groepen van 50 tot 250 dieren gehouden en hebben 1 à 1,5 vierkante meter leefruimte per dier. Een geit produceert 1000 liter melk per jaar. Zodra de melkproductie daalt, wordt de geit geslacht. De geitensector groeit enorm snel. Een gemiddeld bedrijf telt 1000 melkgeiten, maar er zijn ook industriële bedrijven met 5000 geiten.

Lammeren gescheiden van moeder

Meteen na de geboorte wordt het lammetje van zijn moeder gescheiden. Moedermelk is bestemd voor menselijke consumptie. Een op de tien lammeren sterft te vroeg. Dit komt door ziektes die vooral worden veroorzaakt doordat ze niet bij hun moeder mogen blijven. De vrouwelijke lammetjes worden opgefokt om zelf melkgeit te worden.

Bokjes

De bokjes zijn een lastig bijproduct. Ze geven geen melk en in Nederland is er weinig vraag naar geitenvlees. Een op de vijf bokken wordt op internationaal transport gezet naar Zuid-Europa, waar de vraag naar geitenvlees groter is.

Onthoornen

Een deel van de geiten wordt op jonge leeftijd onthoornd. Dit om te voorkomen dat de dieren elkaar verwonden als ze opeengepakt in de stal staan. Onthoornen gebeurt altijd onder verdoving, maar aan de napijn wordt niets gedaan.

Feiten

  •      bijna alle geiten staan hun hele leven binnen op stal.
  •      lammetjes worden meestal direct na geboorte bij hun moeder weggehaald.
  •      veel bokjes gaan op langdurig internationaal transport.
  •      bijna alle geiten worden onthoornd.

Cijfers

  •      in ons land leven 270.000 melkgeiten.
  •      1 op de 5 jonge bokjes wordt op transport gezet naar Zuid-Europa.
  •      jaarlijks worden 125.000 geiten geslacht in Nederland.
  •      een geit geeft al 1.000 liter melk per jaar.

Bron: www.wakkerdier.nl

Ganzen

De natuur van de gans

Veel ganzen zijn trekvogels, die in het hoge noorden broeden en in zuidelijker streken overwinteren. Sommige soorten vliegen zo twee keer per jaar zo’n 5000 kilometer. Begin oktober komen deze ganzen in Nederland aan. De Waddenzee vormt samen met het deltagebied de belangrijkste overwinteringsplaats voor de brandgans, grauwe gans en de rotgans. Overdag is er voldoende voedsel te vinden in de kwelders en graslanden en ’s nachts biedt het water een veilige slaapplaats. Vanaf half maart vliegen de meeste weer naar hun broedgebieden in Scandinavië (grauwe ganzen) of het noorden van Rusland (brandgans en rotgans).

Foie gras

Een vervette ganzenlever heet foie gras (‘de oie’) bij een gewicht van meer dan 400 gram. Ter vergelijking: een gewone ganzenlever weegt 100-130 gram.

Import

In Nederland is de productie van foie gras verboden. Toch staat het op de kaart van veel Nederlandse restaurants. We halen jaarlijks enkele tientallen tonnen foie gras uit buitenland om hier te consumeren.

 

Dwangvoedering

Het hele jaar door staat bij veel restaurants foie gras op de kaart. Oftewel: de vette lever van een onder dwang vetgemeste eend of gans. Buiten het feit dat ganzen keel en slokdarmproblemen krijgen, zwelt de lever zo erg op dat het tegen de poten aandrukt. Hierdoor kan het dier niet meer lopen.

Diervriendelijke foie gras bestaat niet

Foie gras en dwangvoeding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de Franse wet is dit zelfs vastgelegd. De laatste jaren serveren veel restaurants zogenaamd ‘diervriendelijke’ foie gras. Maar dat bestaat niet. Hooguit worden de dieren met een rubberen in plaats van een stalen buis gevoerd en gebeurt het voeren niet met een pneumatische pomp. Het leven voorafgaand aan de dwangvoedering varieert, maar de gans of eend heeft hoe dan ook de laatste twee weken van zijn leven meerdere malen per dag een buis in zijn keel gekregen.

Feiten

  • driemaal daags dwangvoedering.
  • infecties, verwondingen aan de hals en stress.
  • risico op een geperforeerde slokdarm door het voeren met een stalen buis.
  • slecht kunnen lopen door de druk van de te grote lever

Cijfers

  • in 2010 importeerde Nederland zo’n 46.000 kilo foie gras.
  • frankrijk produceerde in 2009 18.820 ton foie gras, 75 procent van de
  • wereldproductie.
  • wereldwijd ondergaan jaarlijks meer dan 36 miljoen eenden en 0,5 miljoen ganzen de pijnlijke dwangvoedering.

Bron: www.wakkerdier.nl

Bestel bij bol.com via deze banner en 10% van de opbrengst gaat naar stichting Stem voor Dieren!